Introductie

In RadarTools zijn een aantal toepassingen ondergebracht voor het opvragen, raadplegen, vergelijken en converteren van neerslaggegevens. Goede neerslaginformatie is belangrijk om bijvoorbeeld voor wateroverlastsituaties na te gaan hoe zwaar en hoe ruimtelijk verdeeld de bui was waardoor een gebied is getroffen.

RadarTools bestaat uit de volgende toepassingen:

  • Radartellingen: Het raadplegen en bewerken van de KNMI-tellingen van extreme neerslagsommen voor verschillende tijdvakken afgeleid uit radarbeelden. Het doel is om primair per gemeente de meest extreme gebeurtenissen te filteren om deze informatie te kunnen terugkoppelen naar de praktijk. Het idee is om gerichte informatie op te vragen van de impact van die gebeurtenissen om vervolgens een relatie te kunnen leggen tussen de kenmerken van een bui en de gevolgen daarvan op grond.
  • Radarmetingen: Het ontsluiten van historische radarbeelden vertaald naar neerslaghoeveelheden per minuten en per km2 vanaf 2008 tot heden. Het tijdverloop van de radarmetingen geeft meer inzicht in hoe een bui zich in de tijd over een gebied heeft ontwikkeld. Deze dataset is nabewerkt door het KNMI, waarbij de radarmetingen zijn afgestemd met grondregenmeters.
  • Netatmo: Het ontsluiten van de neerslaggegevens van het (inter)nationale netwerk van Netatmo regenmeters. Het doel van het ontsluiten van radarbeelden en (Netatmo) regenmeters is om in situaties met extreme neerslag snel te checken wat er feitelijk is geregistreerd in (grond)regenmeters om een beeld te krijgen tussen oorzaak en gevolg van regenwateroverlast.
  • Archief: Het archiveren van neerslagregistraties, van zowel regenmeters als radarbeelden. Het doel is om bijzondere situaties te kunnen bewaren om deze snel/gemakkelijk te kunnen terugvinden.
    Het doel is ook om de radargegevens te kunnen vergelijken met registraties van (grond)regenmeters zoals de AWS (automatische) stations van het KNMI, Netatmo amateur waarnemingen. Het is belangrijk om de relatie tussen radarbeelden en grondregenmeters te checken omdat radarbeelden de neiging hebben om extremen te onderschatten.